De kattentuin

Hieronder ziet u een ontwerp voor een kattentuin. Het kattentoilet is rechts in de hoek geplaats, tegen de grensafscheiding. Ook is er een vijver voor de kat, zodat ie wat kan stoeien met de vissen. De bomen dienen eventueel als krabpaal, maar er kan ook een echte krabpaal in de tuin komen.

kattentuin-01

Beplanting

De planten waar katten van houden en niet houden zijn op vele internetsites te lezen, wat wij doen is iets dieper op het onderwerp ingaan. Meestal wordt er uitgegaan van het tegengaan van katten in de tuin en niet hoe je ze het naar de zin kan maken.

  • In deze kattentuin is het kattentoilet in de hoek van de tuin geplaatst (de grens van de kat z’n territorium). Bij dit kattentoilet is het raadzaam om geurende planten te zetten. Ik denk dan aan Rosmarinus, Lavendula, Thymus vulgaris (geen citroentijm), Prostanthera cuneata, Teucrium lucidrys of Teucrium marum (amberkruid) of andere geurende planten. Zet de planten zodanig, dat de kat erdoor heen moet lopen. Een haagje van rozemarijn bijvoorbeeld. Nepeta is wat minder geschikt, omdat deze vaste plant in de winter geen loof heeft en dus niet functioneel is in de wintertijd.
  • Bij de vijver kun je ook katvriendelijke planten neerzetten, zoals Dianthus deltoides (steenanjer) of Sagina subulata (vetmuur). De kat vind het prettig om languit bij de vijver te liggen, om de vissen in te gaten te houden. Sagina is als een soort zacht tapijt, waarop het heerlijk liggen is. En ook Dianthus ligt zalig, plus de kat kan er lekker aan knabbelen. Doordat de Dianthus zichzelf uitzaait, zal deze niet zo makkelijk verdwijnen.
  • Voor de rest van de tuin is Nepeta cataria (wild kattenkruid), Alyssum saxatile (schildkruid) of enkele siergrassen geschikt. Je hebt naast Nepeta cataria onder andere ook nog Nepeta faassenii en Nepeta sibirica. Alyssum saxatile is mooi bij keien of rotsen, zodat de kat ook wat kan klimmen. De siergrassen dienen als een soort knabbelsticks, die de maag van de kat schoon schuren. Enkele siergrassen, die onze kat prefereert zijn Carex caryophyllea en Festuca glauca. Daarnaast is er nog speciaal kattengras, dat in potten of schalen, gezaaid of geplant kan worden. In de tuin zelf zaaien is niet aan te raden, het gaat nogal woekeren.
  • Ook de bodembedekkers in de tuin kunnen voor een waar genot zorgen voor de kat. Op Waldsteinia ternata kan de kat geweldig buikschuiven. Doordat tussen de bodembedekkers allerlei beestjes leven, is het een prachtig jachtgebied voor de kat en doordat de bodem bedekt is gebruikt de kat deze niet als kattenbak.
  • Tenslotte zijn er nog de bomen. Bomen dienen als krabpaal en als uitkijktoren. Jonge bomen moeten ontzien worden als krabpaal (zorg voor een echte krabpaal). En bomen die dicht tegen de schutting staan, moeten worden voorzien van een krans, zodat de kat niet te hoog kan klimmen.
  • Er zijn ook planten die de kat als niet prettig ervaart. Deze planten verspreiden een citroengeur. Voor meer over katten en hun gedrag kunt u andere kattensites bezoeken zoals praktijk voor kattengedrag. Nu is er nog iets wat ik niet heb ervaren, maar andere mensen wel, is de plant Vinca minor. Vinca schijnt giftig te zijn, maar onze katten liggen er gewoon in en worden niet ziek. Ze gaan er ook niet aan bijten of eten. Het lijkt mij zo dat katten niets eten wat giftig is.